Miss Foodie’s dinners – 1

Helemaal leuk was de vakantie in Italië. Nog lang niet klaar met het uitwerken van alle heerlijke gerechten die daar uit het bescheiden vakantiehuisjeskeukentje kwamen rollen maar dat komt de komende tijd nog wel. Net zoals het verhaal over onze recent besloten Zwitserland-boycot.
Ook helemaal leuk trouwens om weer thuis te zijn. En omdat na twee volledig Italiaanse weken de pasta’s letterlijk je neus uit komen moest er even iets anders gekookt worden. De buren meldden zich graag aan als proefkonijn… Het werd een dinner met een Midden-Oosters tintje

Venkel-bonensoep met gebakken chorizo en venkelzaadjes
Chorizobroodjes

Gebraden sumac-kip
Gegrilde auberginesalade
Gegrilde aubergines
Gegrilde paprika’s
Noord-Afrikaanse pastasalade
Miss Foodie’s favoriete yoghurtsaus


Citroenijs
Granaatappelgeleitjes

Hier de recepten

Sopa de Hinojo (venkel/bonensoep)


Omdat het nog steeds geen zomer wil worden…

4 eetlepels olijfolie
3 flinke venkelknollen, in de lengte gehalveerd, harde kern eruit, buitenste bladeren eraf en in ragfijne reepjes gesneden
2 teentjes knoflook in plakjes
2 theelepels venkelzaadjes
300 gram vastkokende aardappelen, geschild en in blokjes gesneden
1 liter kippenbouillon
40 saffraandraadjes, geweekt in 2 el kokend water
1 blik witte bonen
100 gram chorizo in plakjes van 1 cm
1 el olijfolie
1 el venkelzaadjes
2 eetlepels fijngehakt venkelgroen

Verhit in een braadpan de olijfolie en voeg de venkelreepjes en een tl zout toe. Temper het vuur en laat de venkel heel rustig eerst glazig worden terwijl je af en toe roert. Geen deksel op de pan doen, dan gaat de venkel stoven!
Zet dan het vuur wat hoger, blijf erbij om af en toe te roeren en laat de venkel rustig karameliseren. De venkel is dan lichtbruin en superzacht. Roer vervolgens knoflook, venkelzaadjes en aardappelblokjes erdoor en verhit deze 5 minuten mee. Blus dan af met de kippenbouillon en de saffraan. Breng aan de kook en laat ongeveer 15 minuten zachtjes pruttelen tot de aardappelblokjes gaar zijn.
Als de soep staat te pruttelen, bak je de chorizoplakjes in een el olijfolie lekker krokant. Voeg de venkelzaadjes toe en laat nog een minuutje meebakken. Bewaar de plakjes chorizo, de heerlijke aromatische chorizo-olie en de venkelzaadjes in een kommetje tot je de soep gaat serveren.
Voeg als de aardappelen in de soep gaar zijnde bonen toe en laat goed heet worden.
Schenk in kommen en garneer met de uitgebakken plakjes chorizo, de gebakken venkelzaadjes, wat chorizo-olie en een toefje venkelgroen.
Heerlijk!

Chorizobroodjes


Echt superlekker bij de venkel-bonensoep. Als je de chorizo weglaat heb je een prima basisrecept voor platte witte broodjes.

1 tl gedroogde gist
1 tl suiker
250 ml handwarm water
350 gram bloem
1 ½ tl zout
100 gram chorizo in plakjes van 1 cm
1 el olijfolie
2 tl venkelzaadjes

Bak eerst de chorizoplakjes in de olijfolie krokant. Voeg de venkelzaadjes op het laatst nog een minuutje toe en laat meebakken. Kieper de inhoud van de pan in een zeef en vang de heerlijke chorizo-olie op. Bewaar de plakjes chorizo en de venkelzaadjes apart.
Meng dan de gist met de suiker in het water. Meng in een grote kom de bloem met het zout en voeg het gistwater toe. Kneed tot een soepel deeg. Voeg evt. nog wat bloem toe. Het deeg moet soepel en nog iets vochtig zijn maar mag niet meer overal aan vast plakken. Voeg na 5 minuten kneden de chorizo-olie toe (voeg als het deeg te nat wordt ook weer wat bloem toe) en kneed nog 5 minuten langer. Luie mazzelaars die een Kitchenaid hebben, laten die machine uiteraard het kneedwerk doen!
Verdeel je deeg nu in 8 stukken en maak daar balletjes van. Stop in iedere deegbal een plakje chorizo met wat venkelzaadjes en stop goed dicht. Leg al deze gevulde ballen op een met bloem bestoven bakplaat, bestuif ze lichtjes met bloem en leg er een theedoek overheen. Zet de bakplaat op een rustig warm plekje in de keuken zodat de broodjes kunnen rijzen. Reken op ongeveer een uur rijstijd.
Verwarm een kwartiertje voordat je de broodjes wilt bakken de oven voor op 220 graden. Kwast de broodjes nog even in met wat olijfolie (dan bruinen ze mooi) en bak ze in 20 minuten af. Check altijd even of de broodjes gaar zijn door op de onderkant te tikken. Als dat hol klinkt zijn je broodjes goed.
Deze broodjes zijn eigenlijk altijd lekker maar nog warm uit de oven zijn ze het best.

Geroosterde sumac-kip


Sumac wordt vooral in keukens uit het Midden-Oosten gebruikt en geeft daar vooral een citrussmaak aan veel gerechten. Het zijn gemalen, gedroogde bessen en hebben dus als voordeel boven citroensap dat ze geen vocht aan je gerechten toevoegen. Sumac is te koop bij de meeste Turkse en Marokkaanse winkels maar mocht je het helemaal niet kunnen vinden, gebruik dan in plaats van de 2 eetlepels sumac 4 eetlepels citroensap in dit recept. Het droog geroosterde effect gaat dan wel een beetje verloren.

4 eetlepels olijfolie
1 blije kip, in flinke stukken met het vel er nog aan (gehakt, geknipt met de wildschaar of de poelier lief aankijken. Of….. 6 kippenpoten)
12 sjalotjes, gepeld, in de lengte gehalveerd en in dikke plakken van 1 cm
2 eetlepels sumac (of 4 el citroensap)
50 gram pijnboompitjes
3 eetlepels water

Verwarm de oven voor op 220 graden. Verwarm 3 eetlepels olijfolie in een ovenvaste koekenpan waar de kipstukken naast elkaar in passen. Breng de kipstukken goed op smaak met peper en zout en bak ze in de olijfolie mooi bruin. Haal de kipstukken uit de pan en giet het vet af. Doe nu 1 eetlepel olijfolie in de nog hete pan en doe daar de stukken sjalot in. Bestrooi met 1 eetlepel sumac (of 2 el citroensap) en wat zout en peper. Leg er de stukken kip bovenop en bestrooi die met de rest van de sumac en de pijnboompitjes. Zet even op een vuurtje om de uitjes alvast wat te bakken en zet daarna 20-25 minuten in de oven. Leg de kipstukken op een mooie schaal en blus de pan af met 3 eetlepels water. Roer alle aanbaksels goed los en giet de saus over de kipstukken. Smakelijk!


Salade van gegrilde aubergine met tomaatjes en granaatappel


Onverwacht, deze salade. Het is zelfs een beetje twijfelachtig of je dit een salade moet noemen. Meer een combinatie van een spread en een salade. De aubergine gaat er als geroosterde moes doorheen waardoor deze salade lekker compact en vullend wordt. Door de lichte smaken wordt het toch geen al te zwaar gerecht en is het perfect zomereten.

2 flinke aubergines
1 eetlepel tahin (sesampasta, te koop bij iedere natuurwinkel)
200 gram kerstomaatjes, gehalveerd
2 dun gesneden bosuitjes
70 gram granaatappelpitjes (klop ze uit een halve granaatappel of koop kant en klaar, de Ap heeft ze)
bosje munt, fijngehakt

dressing:
sap van een halve granaatappel (snij een granaatappel doormidden en knijp hem uit of neem 50 ml granaatappelsap van Pom)
1 teentje knoflook (uit de knijper of geraspt)
zout en peper
3 el olijfolie

Grill eerst de aubergine. Het lekkerst is het om dat boven een houtskoolvuurtje te doen. Gewoon de aubergines op het rooster tot ze aan alle kanten een zwartgeblakerd velletje hebben. Je kunt de aubergines ook aan een spies rijgen en ze boven de vlam van het fornuis zwartblakeren. Of je zet de oven op 220 graden en legt ze daar een uurtje in. Dat komt dus wel goed.
Als de aubergines gegrild zijn laat je ze eerst flink afkoelen. Dat duurt wel even dus maak nu eerst de dressing.
Klop granaatappelsap, knoflook en zout en peper goed door elkaar. Voeg in een dun straaltje de olijfolie toe en blijf flink kloppen tot je een mooi gemengde dressing hebt. In vaktermen heb je nu een emulsie gemaakt en als hij lichtroze is, is dat goed gelukt.
Pel nu het velletje van de aubergine en zorg dat je zoveel mogelijk vruchtvlees over houdt. Hak dit vruchtvlees klein, doe in een kom en knijp het daarna met je handen tot een smeuïge moes. Doe er dan de tahin en de dressing door en proef of je nog zout en peper toe wilt voegen. Tot nu toe kun je alles lang vantevoren klaarmaken. Vlak voordat je de salade gaat eten, voeg je de tomaatjes, granaatappelpitjes en muntblaadjes toe.
Smakelijk!

Noord Afrikaanse pastasalade


Bij pasta denk je waarschijnlijk meteen aan Italië. Maar pasta wordt bijna overal gegeten, alleen dan een beetje anders. Kijk maar naar deze fantastisch Noord Afrikaanse variant. Leuke afwisseling in het pastasalade assortiment!

200 gram macaroni (liefst grote, zoals pipe rigate)
50 gram pijnboompitjes
50 gram ongezouten boter
200 gram Griekse yoghurt, bijvoorbeeld Total
1 teentje knoflook, uit de knijper of geraspt
½ tl zout
½ tl gemalen piment (of garam masala)
1 tl olijfolie
½ bosje platte peterselie, gehakt
½ tl hete paprika of chiliflakes

Kook de pasta in flink gezouten water beetgaar. Volgen Italianen moet het kookwater zo zout zijn als de zee (dat betekent voor een flinke pan water al gauw 2 el zout).
Terwijl de pasta kookt, doe je de pijnboompitjes met de boter in een klein koekenpannetje. Verhit rustig en vooral: blijf erbij! De boter en de pijnboompitjes moeten mooi lichtbruin kleuren en heerlijk naar gebrande nootjes gaan ruiken (en dus niet naar VERbrande nootjes!). Voor liefhebbers van vaktermen: je hebt nu in feite een beurre noissette gemaakt met pijnboompitjes! Doe boter en pijnboompitjes even over in een bakje om te zorgen dat ze niet doorkleuren in de pan.
Meng nu de yoghurt met 4 el water, de knoflook, het zout, de piment en de olijfolie.
Giet de pasta af en laat onder koud stromend water iets afkoelen. Roer er direct de yoghurt door, giet de pijnboompitjesboter erover en bestrooi met peterselie en wat hete paprika of chiliflakes.
Meteen opeten!

Gegrilde en gemarineerde paprika’s


Miss Foodie heeft zelf een enorme haat-liefdeverhouding met de paprika. In rauwe vorm letterlijk en figuurlijk onverteerbaar en dus verfoeid hier in de keuken. Meegekookt in sauzen is acceptabel, mits in minuscule stukjes gesneden.
Maar gegrild…. Oh heaven! Erg gaat werkelijk niets boven die heerlijke zoete, sappige reepjes. Qua structuur zachter dan de zachtste biefstuk en qua smaak…
OK, ’t is even een klusje, maar als je eenmaal bezig bent toch ook reuze gezellig om te doen. Ach, en als je toch bezig bent maak je er gewoon meteen 10. Wat je niet meteen opeet kun je prima invriezen. Gegrilde paprika’s in een pot met olie ziet er natuurlijk ook schitterend uit. Toch liever niet doen: het schijnt dat je dan ten prooi kunt vallen aan botulisme dus dat is geen aanrader. Als iemand anders je zo’n zelfgemaakte pot kado doet weet je ook meteen waar je aan toe bent…

3 rode paprika’s
4 el goede extra vergine olijfolie
1 el azijn (bijvoorbeeld rode wijnazijn of balsamico)
1 tl suiker
2 teentjes knoflook in dunne plakjes
1 tl zout
versgemalen peper
2 takjes rozemarijn

Gril de paprika’s tot het vel aan alle kanten zwart kleurt. Dat gaat fantastisch als je toch al een BBQ aan hebt staan maar lukt ook prima door de paprika’s gewoon op een hete gaspit te leggen en af en toe om te draaien. Maar ook in de oven gaat het prima. Oven op de grillstand (of 220 graden), paprika’s op een bakplaat met alufolie erin schuiven. Af en toe draaien tot ze overal goed zwart zijn. Als de paprika’s onherkenbaar verminkt zijn, haal je ze uit de oven. Vouw de alufolie goed dicht en laat afkoelen. Trek nu de zwarte velletjes van de paprika’s, haal de pitjes eruit en scheur het vruchtvlees in reepjes. Je houdt nu een lap alufolie over met veel paprikavocht en waarschijnlijk nog wat velletjes, pitjes en andere troep. Niet weggooien! Het vocht is misschien nog wel het lekkerst. Dus: zeven die restanten en het vocht over de paprikareepjes gieten. Klop nu de azijn, suiker, zout en peper goed door elkaar en voeg in een dun straaltje de olijfolie toe. Giet deze dressing over de paprikareepjes. Stop er tot slot wat knoflook en rozemarijn tussen, dek af met folie en laat lekker met rust. Eet je het diezelfde dag nog, dan laat je het gewoon op het aanrecht staan, moet je langer wachten, zet dan in de koelkast maar haal een uurtje voor het eten eruit.
Eet smakelijk!

Gegrilde aubergines


Helemaal makkelijk! Gril aubergineplakjes (zie recept gevulde auberginerolletjes). Leg ze in een schaal, bestrooi met zout, schenk er goede olijfolie overheen en steek er plakjes knoflook tussen! Zelfde dag opeten.

Miss Foodie’s favoriete yoghurtsaus


Een van de favorieten hier en gedurende de tijd steeds weer aangepast. Afhankelijk van het gerecht waar je dit bij serveert kun je eindeloos variëren met de gebruikte kruiden maar dit is momenteel de meest gangbare. Wat de saus zo lekker maakt is de combinatie frisse yoghurt en frisse verse kruiden met tegelijkertijd gedroogde specerijen die de saus een diepte en warmte geven. Ik zou zeggen; start met deze versie en probeer van alles uit. Ben altijd benieuwd naar andere varianten!

250 ml volle Griekse yoghurt (bijv. Total)
2 el goede olijfolie
zout en peper naar smaak
½ tot 1 teentje geraspte knoflook (naar smaak)
½ tl garam massala (of meng zelf naar hartelust gemalen komijn, gemberpoeder, beetje kaneel en gemalen kardemom door elkaar)
½ bosje verse fijngehakte kruiden, bijvoorbeeld munt, platte peterselie, koriander of een combinatie van deze kruiden

Gewoon mengen, proeven en op smaak brengen.

Citroenijs en granaatappelgeleitjes


IJs maken moeilijk? Probeer dan deze eens. Hier kan werkelijk niets mis gaan. De grap is dat er eigenlijk wel iets mis gaat maar dat dat eigenlijk alleen het eindresultaat ten goede komt. Benieuwd?

125 ml citroensap (sap van 2 grote citroenen)
150 gram fijne suiker (gewone suiker kan ook maar lost lastiger op)
mespuntje zout
500 ml melk (in ieder geval halfvolle maar volle kan ook)
1 el heel milde olijfolie

Verwarm het sap van de citroen met de suiker en roer tot de suiker is opgelost. De boel hoeft dus niet te koken. Als de suiker is opgelost giet je er de melk bij. Waarschijnlijk begin je nu ernstig aan het recept te twijfelen want de melk zal ongetwijfeld gaan stremmen en dat ziet er op zijn zachtst gezegd nogal onaantrekkelijk uit. Toch is het volledig onschuldig en zoals eerder gezegd, juist hierdoor krijgt het ijs z’n heerlijke textuur.
Proef even of de smaak goed is en maak er dan ijs van. Dat kan in een ijsmachine (heerlijke luxe als je kinderen hebt!) maar als je die niet hebt doe je het gewoon in de vriezer.
Bij de ijsmachinevariant laat je de boel tot ijs draaien. Als de massa dikker begint te worden, voeg je de olijfolie toe. Die zorgt ervoor dat het ijs smeuiger blijft en geeft ook iets smaak.
Maak je het ijs in de vriezer, doe dan het melkmengsel in een platte bak en zet in de vriezer. Haal het er in het begin ieder uur even uit om met een vork los te roeren. Als het ijs wat dikker wordt, voeg je de olijfolie toe en roer je ieder half uur goed om tot het ijs op sorbetijs lijkt.

Miss Foodie vindt het lollig om het ijs te serveren in uitgeholde citroenhelften. Gewoon van binnen alle vliesjes eruit schrapen met een lepeltje en de onderkant plat afsnijden zodat de citroen blijft staan. Cute!

Granaatappelgeleitjes

Hebberig word je ervan, van die granaatappelpitjes. Net kleine edelsteentjes. Stop ze in een heerlijk, trillend geleitje en je maakt geheid indruk. En dat terwijl deze puddinkjes echt niet moeilijk te maken zijn. Het enige trucje is om de gelei tijdens het opstijven goed in de gaten te houden. Je moet hem goed doorroeren en in de vormpjes gieten als hij net begint op te stijven. Zo blijven de granaatappelpitjes mooi verdeeld over de geleitjes. Giet je ze te snel in de vormpjes, dan heb je nog steeds een heerlijke toet maar zullen alle pitjes aan de onderkant hangen…

75 gram suiker
450 ml granaatappelsap (Pom in de supermarkt)
6 blaadjes gelatine, geweekt in ruim water
70 gram granaatappelpitjes (die sla je met een pollepel uit een verse granaatappel of haal je – heel lui – gewoon in de winkel)

Verwarm een kwart van het granaatappelsap met de suiker tot de suiker helemaal is opgelost. Voeg daar de geweekte, uitgeknepen gelatineblaadjes aan toe en roer tot ook deze helemaal zijn opgelost. Laat absoluut niet koken!
Haal de pan van het vuur, giet het suikersap in een metalen kom, voeg daar de rest van het sap en de granaatappelpitjes aan toe en roer goed. Zet de kom eventueel in een grotere kom, gevuld met ijswater om de boel sneller af te laten koelen. Blijf in dat geval wel af en toe roeren om te voorkomen dat de buitenkanten te snel geleren. Je kunt het mengsel nu ook in de koelkast zetten. Zet dan wel steeds een kookwekkertje om de 10 minuten. Mocht je toch vergeten te roeren en je gelei is ineens opgesteven, verwarm hem dan weer een beetje. De gelei moet mooi lobbig zijn, nog net te roeren zonder in stukjes te breken. De granaatappelpitjes blijven dan mooi in de gelei hangen en drijven niet meer naar boven. Stort dan het mengsel in 4 mooie vormpjes, dek af met plastic folie en zet in de koelkast om verder op te stijven.
Dompel ze vlak voor het serveren even in heet water, keer om op een mooi bord en voila! Een eyecatcher.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *