Omdat de ene kers de andere niet is

Mmmmm…. de zalige kersentijd! Begin april begon het al te kriebelen en begon ik de groenteboer onder druk te zetten om zo snel mogelijk kersen te kopen. Eind april was het eindelijk zo ver en kon je voor 8 Euro per pond heerlijke kersen kopen. Beetje dure hobby, dat wel. Maar ja, verslaafd is verslaafd en zonder mijn dagelijkse shot werd het niets met het zomergevoel. En per slot van rekening kon de groente- en fruithandel best een flinke financiele injectie gebruiken na de EHEC-hype. Eigenlijk een soort burgerplicht dus. Zo, dat is ook weer goedgepraat!
Het shoppen naar de “goede waar” is trouwens een vak apart. Echt betrouwbare dealers zijn lastig te vinden. Vaak is het een kwestie van zoveel mogelijk adresjes uitproberen en door schade en schande wijs worden. Laatst had ik op de markt een enorm buitenkansje. Pikzwarte, dikke, sappige kersen, vol van smaak. Een perfecte kers is niet te klein (groot is geen probleem!), niet te rood (want niet rijp genoeg) en er moet genoeg vocht inzitten zodat ze openbarsten als je erin bijt. Ook weer niet teveel vocht want dan zijn ze weer te waterig. Enfin… niet alle kersen volstaan dus. Als je de perfecte exemplaren te pakken hebt kun je daar eigenlijk maar een ding mee doen en dat is ze in hun originele staat zo snel mogelijk opeten. Of je je daarbij te buiten gaat aan het wedstrijdje verspugen met de pitten is even helemaal aan jezelf. Waar wat mij betreft in ieder geval een zware straf op zou moeten staan, is perfecte kersen be- of verwerken. Of je ze nu kookt, tot ijs draait, in een clafoutis verstopt of wat je nog meer allemaal kunt verzinnen… het wordt nooit zo lekker als de oorspronkelijke kers. Zonde dus! Dat doe je maar met de 90% inferieure kersen die je af en toe per ongeluk ook mee naar huis neemt. Daar kun je je helemaal op uitleven. Zo heb ik vorige week nog een kilo kersen tot jam verwerkt. Dat gaat zo:

Was de kersen, haal steeltjes eraf en ontpit ze. Een echte kersenjunk heeft uiteraard een ontpitter anders is er eigenlijk geen beginnen aan. En ook al heb je zo’n handig apparaatje, dan is het zaak om Dexteriaanse voorzorgsmaatregelen in je keuken te treffen.

Voor je het weet zit het kersensap tegen de muren namelijk. De ontpitte kersen zet je met een heel klein laagje water in een pannetje op het vuur. Laat de boel een kwartiertje pruttelen met de deksel op de pan en doe er dan een kilo geleisuiker bij. Als je ervan houdt kun je er een scheutje kirsch bij doen, of, heel verrassend lekker, een beetje kaneel.
Laat een paar minuten doorkoken en schenk de jam dan in gesteriliseerde potten. Hoe je potten steriliseert lees je hier.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *